Verklarende woordenlijst

Dikgedrukte woorden zijn termen die ook in deze lijst opgenomen zijn.

 

 A   B   C   D   E   F   G   H   I   J   K   L   M   N   O   P   Q   R   S   T   U   V   W   X   Y   Z 


A


  • aardas: denkbeeldige lijn door Noordpool en Zuidpool, waar de aarde om draait. Lees meer >.
  • aardbaan: baan van de aarde rond de zon die zij in een jaar aflegt. Lees meer >.
  • afwijkende zonnewijzer: zie declinerende zonnewijzer.
  • analemma: Engelse term voor tijdsvereffeningslus; zie aldaar.
  • analemmatische zonnewijzer: horizontale zonnewijzer bestaande uit een elliptische ring met uurpunten en een noord-zuid lopende datumschaal waarop een verplaatsbare schaduwgever geplaatst wordt overeenkomstig de zonsdeclinatie. Lees meer >.
  • antieke uren: ook ongelijke, Hebreeuwse of joodse uren. Uurtelling uit de Babylonische, Griekse en Romeinse oudheid. De lichte dag, van zonsopkomst tot zonsondergang, werd verdeeld in 12 gelijke uren. Die waren 's zomers langer dan 's winters. Lees meer >.
  • aphelium: Het punt van de elliptische aardbaan waarop de afstand aarde-zon maximaal is. Treedt op rond 4 juli. Lees meer >.
  • armillairsfeer, armillosfeer: informeel ook hoepelsfeer of hoepelbol. In de late middeleeuwen een model van de hemelbol, gebruikt voor navigatie.Tegenwoordig de aanduiding van een equatoriale ringzonnewijzer met minimaal een equatoriale (gedeeltelijke) urenring en een poolstijl. Lees meer >.
  • astronomische uren: zie equinoctiale uren.
  • Augsburg-zonnewijzer: een equatoriaal zakzonnewijzertje, instelbaar voor verschillende breedtegraden. Lees meer >.
  • Augustus, zonnewijzer van: een veronderstelde zonnewijzer, aangelegd op het Marsveld in Rome door keizer Augustus, met een obelisk van 30 m hoog als gnomon en een wijzerplaat van wel 150 bij 60 meter. Rond 1980 werd een deel van de 12-uurs lijn opgegraven. Tegenwoordig wordt aangenomen dat het een meridiaanlijn betrof.
  • azimut van de zon: de richting van de zon, gemeten langs de horizon. In de gnomonica gerekend vanuit zuid; oostelijk daarvan is negatief, tot -180°, westelijk is positief, tot +180°.
  • azimut-zonnewijzer: zonnewijzer die de tijd van de dag afleidt uit het azimut van de zon. Hiertoe worden de analemmatische zonnewijzer en de spinzonnewijzer gerekend. Lees meer >.

up


B


  • Babylonische uren: uurtelling die 24 gelijke uren per etmaal telt. De uurnummering begint bij zonsopkomst. Lees meer >.
  • bifilaire zonnewijzer: ook kruisdraadzonnewijzer. Lees meer >.
  • blokzonnewijzer: meervoudige poolstijlzonnewijzer, uit één blok steen gekapt. De afzonderlijke zonnewijzertjes kunnen allerlei vormen hebben. De poolstijlen worden doorgaans gevormd door polair gerichte randen van de steen. Zie verder Lees meer >.
  • boerenring: eenvoudig hoogtemetend zonnewijzertje, niet erg nauwkeurig. Lees meer >.
  • Boheemse uren: zie Italiaanse uren.
  • bolzonnewijzer: een van twee typen bolvormige poolstijlzonnewijzers: een bol met een draaibare schaduwgever, die 12 uur in de meridiaan heeft staan, en een schaduwbol, die 6 uur in de meridiaan heeft. Lees meer >.
  • breedtecirkel: ook parallel. Denkbeeldige cirkel om de aarde, evenwijdig aan de equator.
  • breedte, breedtegraad: Een maat voor de afstand van een plaats tot de evenaar, gemeten langs de meridiaan. De geografische breedte wordt geteld van 0° aan de evenaar tot 90° aan de Noordpool (noorderbreedte) en tot -90° aan de zuidpool (zuiderbreedte).
  • burgerlijke Italiaanse uren: zie Italiaanse uren, burgerlijke of civiele.
  • burgerlijke tijd: zie kloktijd.
  • Butterfield-zonnewijzer: een horizontaal zakzonnewijzertje, instelbaar voor verschillende breedtegraden. Lees meer >.
  • bijbelse uren: zie antieke uren.

up


C


  • canonieke uren: de gebedstijden volgens de kloosterregel van Sint Benedictus. Zeven tijdstippen overdag: lauden, priem, terts, sext, none,  vespers en completen, en een 's nachts: metten. Lees meer >
  • canonieke zonnewijzer: op zuidmuur aangebrachte zonnewijzer die canonieke uren wijst. De uurlijnen lopen straalsgewijs naar een (halve) cirkel; de schaduwgever staat in het middelpunt van de cirkel loodrecht op de muur. Lees meer >.
  • centrale meridiaan (van een tijdzone): de meridiaan waarop de de middelbare plaatselijke tijd geldt voor de hele tijdzone. Lees meer >.
  • cilinderzonnewijzer, polair: zonnewijzer met cilindrische wijzerplaat, waarvan de as naar de hemelpool gericht is. Als schaduwgever kan een nodus gebruikt worden, of een polaire rand van de cilinder.
  • cilinderzonnewijzer, verticaal: zonnewijzer met cilindrische wijzerplaat, waarvan de as verticaal loopt. Als schaduwgever wordt een nodus gebruikt.
  • civiele Italiaanse uren: zie Italiaanse uren, burgerlijke of civiele.

up


D


  • dag-en-nachtevening: zie equinox.
  • daglengtelijn: datumlijn op een zonnewijzer voor data waarop de daglengte een bepaald aantal uren is.
  • datumlijn: lijn op een zonnewijzer waarlangs op die datum de schaduw van de nodus loopt.
  • datumschaal bij analemmatische zonnewijzer: noord-zuid lopende declinatieschaal waarop een verplaatsbare schaduwgever geplaatst wordt. Lees meer >.
  • Daylight Saving Time, DST: zie zomertijd.
  • declinatie (van de zon): de breedtegraad waar de zon recht boven staat. Deze varieert van 23,5° noorderbreedte op het zomersolstitium (op het noordelijk halfrond 20-21 juni) tot 23,5° zuiderbreedte op het wintersolstitium (20-21 december).
  • declinatie (van een zonnewijzer): bij een verticale zonnewijzer de richting waarin de wijzerplaat 'kijkt'. .
  • declinerende zonnewijzer: ook afwijkende zonnewijzer. Verticale zonnewijzer waarvan de richting waarin de wijzerplaat 'kijkt', afwijkt van het zuiden. Lees meer >.
  • dierenriem: ook zodiak. Strook aan de hemelbol met een breedte van 5 à 10° ter weerszijden van de ecliptica, waarin de baanvlakken van de meeste planeten liggen.
  • dierenriemtekens: zie tekens van de dierenriem.
  • digitale zonnewijzer: zonnewijzer die de tijd in cijfers (Engels: digits) weergeeft. Er komt geen elektronica aan te pas. Lees meer >.
  • diptiekzonnewijzer: opklapbare zakzonnewijzer, bestaande uit een horizontaal en een verticaal deel met elk een zonnewijzertje en een gezamenlijk koordje als poolstijl. Een ingebouwd kompas dient voor de correcte oriëntatie. Lees meer >.
  • draagbare zonnewijzer: zie zakzonnewijzer.

up


E


  • ecliptica: de schijnbare baan van de zon langs de hemelbol zoals die vanaf de aarde gezien wordt. De plaats op de baan wordt uitgedrukt in graden, gerekend vanaf het lentepunt.
  • ééndraads zonnewijzer: zie monofilaire zonnewijzer.
  • elliptische aardbaan: de aardbaan is licht elliptisch; de korte as is 3,3% kleiner dan de lange as. Hierdoor varieert de snelheid van de aarde in haar baan om de zon een beetje: die neemt toe van het aphelium naar het perihelium en af in de andere periode. Dit is één factor van de tijdsvereffening, met één cyclus per jaar.
  • equator: ook evenaar. Denkbeeldige lijn rond de aarde, midden tussen de Noordpool en de Zuidpool
  • equatoriale zonnewijzer: een poolstijlzonnewijzer met de tijdschaal in het equatoriale vlak, dus evenwijdig met de evenaar. De wijzerplaat kan een vlakke schijf zijn, of (een gedeelte van) een ring. Lees meer >.
  • equatorprojectie-zonnewijzer: ontstaat door de projectie van een equatoriale zonnewijzer in een bepaalde richting op een vlak met een bepaalde oriëntatie. Voorbeelden zijn de analemmatische en de Foster-Lambert-zonnewijzer. Lees meer >.
  • equinoctiale uren: ook astronomische, moderne of Franse uren. Uurtelling met 24 gelijke uren die begint om middernacht.
  • equinox: ook dag-en-nachtevening. Deze treedt op als de zon boven de evenaar staat. Dag en nacht duren dan even lang. De lente-equinox valt op 20 of 21 maart, de herfst-equinox op 22 of 23 september. Lees meer >.
  • evenaar: zie equator..

up


F


  • Foster-Lambert-zonnewijzer: een equatorprojectie-zonnewijzer waarbij de equatorring schuin op een horizontaal vlak geprojecteerd is. De hoek is zo gekozen, dat de uurschaal homogeen is. Lees meer >.
  • Franse uren: zie equinoctiale uren.

up


G


  • geocentrisch model: model van het zonnestelsel waarin de aarde stationair in het middelpunt staat en de zon, maan en planeten om de aarde draaien.
  • geografische breedte: zie breedtegraad.
  • geografische lengte: zie lengtegraad.
  • GMT: zie Greenwich Mean Time
  • gnomon: staafvormige schaduwgever, waarbij de schaduw van de punt (nodus) de tijd wijst. Wordt in alle zonnewijzers behalve poosltijlzonnewijzers gebruikt. In het Engels wordt gnomon ook wel gebruikt voor de poolstijl.
  • gnomonhoogte: de afstand van de punt van de gnomon tot de wijzerplaat. De gnomon hoeft niet per se verticaal te staan.
  • goniometrische functies: functies die een hoek koppelen aan de verhouding van de zijden in een rechthoekige driehoek. In driehoek ABC met rechthoekszijden a en b en schuine zijde c is: sinus(A) = a/c, cosinus(A) = b/c en tangens(A) = a/b. De inverse functies heten resp. cosecans, secans en cotangens.
  • Greenwich Mean Time: afkorting: GMT; ook West-Europese Tijd (WET). De middelbare tijd op het observatorium van Greenwich (bij Londen) en daarmee de zonetijd van de bijbehorende tijdzone. Tevens de basis voor de kloktijd wereldwijd. Lees meer >.
  • Greenwich, meridiaan van: de meridiaan die door het observatorium van Greenwich (bij Londen) loopt en als nulmeridiaan de basis is voor de lengtegraden.
  • Griekse uren: zie Babylonische uren.

up


H


  • halfschaduw: het deel van een schaduwplek die nog door een deel van de zonneschijf beschenen wordt. Het optreden van een halfschaduw is de oorzaak van de onscherpte van de schaduw en beperkt de afleesnauwkeurigheid van zonnewijzers.
  • Hebreeuwse uren: zie antieke uren.
  • heliocentrisch model: model van het zonnestelsel waarin de zon stationair in het middelpunt staat en de planeten om de zon draaien.
  • heliochronometer: equatoriale zonnewijzer met correctie voor de tijdsvereffening en lengtecorrectie, waarmee de kloktijd op 1 minuut nauwkeurig afgelezen kon worden; tweede helft 19e eeuw. Lees meer >.
  • helling van de ecliptica: de hoek die de aardas maakt met de aardbaan, oftewel de hoek tussen het equatoriale vlak en het vlak van de ecliptica. Die bedraagt momenteel 23,44°. Het is de oorzaak van één factor van de tijdsvereffening, met twee cycli per jaar.
  • hemelbol: denkbeeldig oppervlak van een zeer grote bol rond ons zonnestelsel, waarop de vaste sterren zich bevinden. Twee denkbeeldige cirkels hierop zijn van belang voor de gnomonica: de ecliptica en de hemelequator.
  • hemelequator: denkbeeldige lijn op de hemelbol waar het equatoriale vlak de hemelbol snijdt.
  • hemelpool: plaats op de hemelbol waar het verlengde van de aardas deze snijdt. De noordelijke hemelpool ligt vlak bij de Poolster.
  • hemicyclium: zonnewijzertype uit de Oudheid, met een afgeknotte holle bol of kegel als wijzerplaat. Lees meer >.
  • hemisferium: zonnewijzertype uit de Oudheid, met een halve holle bol als wijzerplaat. Lees meer >.
  • herderszonnewijzer: een verticale cilindrische zonnewijzer die de tijd afleidt uit de zonshoogte. Lees meer >.
  • hoepelbol, hoepelsfeer: zie armillarsfeer.
  • homogeen (van een schaalverdeling): uurlijnenpatroon waarin de hoek tussen naburige uurlijnen steeds 15° is. Dat maakt het mogelijk de lengtecorrectie en de tijdsvereffening in rekening te brengen door de wijzerplaat te verdraaien.
  • hoogte (van de zon): de hoek tussen de richting van de zon en het horizontale vlak, uitgedrukt in graden. De horizon ligt op 0°, het zenit op 90°.
  • hoogtemetende zonnewijzer: zonnewijzer die de tijd afleidt uit de hoogte van de zon. Lees meer >.
  • horizonlijn: lijn op een verticale zonnewijzer waarop de schaduw van de nodus valt als de zon op de horizon staat (zonshoogte = 0°). De schaduw van de nodus kan nooit boven deze lijn vallen.
  • horizontale zonnewijzer: poolstijlzonnewijzer met horizontale wijzerplaat. Deze wordt (bij een vrije horizon) beschenen zolang de zon op is.

up


I


  • inclinatie (van een zonnewijzer): ook zenitafstand. Het is de hoek die de richting van de wijzerplaat maakt met de verticaal. Bij een verticale zonnewijzer is de inclinatie 90°.
  • inclinerende zonnewijzer: poolstijlzonnewijzer waarvan de wijzerplaat niet verticaal staat, maar voor- of achterover leunt. Ze komen vooral voor op veelvlakkige zonnewijzers, Lees meer >.
  • index: zie nodus.
  • interactieve zonnewijzer: zonnewijzer waarbij een handeling nodig is om de tijd te weten te komen. Voorbeelden zijn de analemmatische zonnewijzer ( Lees meer >), de kruinzonnewijzer ( Lees meer >) en de touwzonnewijzer ( Lees meer >).
  • inverse Italiaanse uren: zie Italiaanse uren, inverse of omgekeerde.
  • Italiaanse uren: Uurtelling met 24 gelijke uren per etmaal. De uurnummering begint (en eindigt) bij zonsondergang. Lees meer >.
  • Italiaanse uren, burgerlijke of civiele: variant van de Italiaanse uren, waarbij de uurnummering een half uur na zonsondergang begint, als de schemering duidelijk ingevallen is.. Lees meer >.
  • Italiaanse uren, inverse of omgekeerde: Uurtelling volgens de Italiaanse uren, maar genummerd als (24 - Italiaans uur). Dat geeft het aantal uren tot zonsondergang. Lees meer >.

up


J


  • joodse uren: zie antieke uren.

up


K


  • kalender: manier om de dagen in het jaar te tellen en de datum vast te leggen. De moderne kalender begint op 1 januari en telt 12 maanden (januari, februari, ...). De kalender volgens de dierenriem begint op het lentepunt (20-21 maart) en telt eveneens 12 maanden, aangeduid met de tekens van de dierenriem (Ram, Stier, ...)
  • Kepler, wetten van: beschrijven de beweging van planeten rond de zon en waren gebaseerd op observaties. De drie wetten luiden:
    - De planeten bewegen zich rond de zon in ellipsvormige banen.
    - De snelheid van een planeet in haar omloopbaan verandert zodanig dat in gelijke tijdsintervallen de oppervlakte, bestreken door de verbindingslijn (voerstraal) tussen de zon en de planeet, gelijk blijft. Deze wet heet ook wel de wet der perken.
    - Het kwadraat van de omlooptijd van een planeet is evenredig met de derde macht van de halve lange as van de elliptische baan.
  • kernschaduw: de volle schaduw, waar geen zonlicht valt. Deze wordt doorgaans omzoomd door de halfschaduw.
  • kloktijd: ook officiële, burgerlijke of wettelijke tijd. Dat is de tijd die de klok volgens de ter plaatse geldende wettelijke regeling aangeeft.
  • kortende dagen: de periode van het jaar waarin de zon van het zomersolstitium (20-21 juni) naar het wintersolstitium (20-21 december) beweegt. In die periode worden de dagen voortdurend korter.
  • Kreeftskeerkring: de breedtecirkel op 23,5° noorderbreedte. Dat is de meest noordelijke breedte waar de zon gedurende het jaar recht boven staat, op 20/21 juni. De zon gaat dan het dierenriemteken Kreeft in, vandaar de naam.
  • kruinzonnewijzer: een horizontale zonnewijzer zonder poolstijl, maar met een lichaamslengte-schaal op de grond. Als een persoon op de goede plaats staat, vormt zijn kruin een nodus op de virtuele pooolstijl; de schaduw daarvan wijst dan de tijd. Lees meer >.
  • kruisdraadzonnewijzer: zie bifilaire zonnewijzer.
  • kwadrant: hoogtemetend zonnewijzertje in de vorm van een kwart cirkel. Langs een van de rechte zijden is een vizier aangebracht dat op de zon gericht wordt. Er zijn vele typen kwadranten bedacht, die verschillen in wat ze kunnen meten en hoe ze gebruikt worden. Lees meer >.

up


L


  • leeftijd van de maan: het aantal dagen dat de maanfase van volle maan verwijderd is. De waarde is nodig voor het aflezen van een maanwijzer.
  • lengende dagen: de periode van het jaar waarin de zon van het wintersolstitium (20-21 december) naar het zomersolstitium (20-21 juni) beweegt. In die periode worden de dagen voortdurend langer.
  • lengte, lengtegraad: een maat voor de afstand van een plaats tot de meridiaan van Greenwich (nulmeridiaan), gemeten langs een breedtecirkel. De lengte wordt westelijk van de nulmeridiaan positief gerekend, tot +180°, en oostelijk daarvan negatief, tot -180°.
  • lengtecirkel: zie meridiaan.
  • lengtecorrectie: tijdsverschil tussen het moment dat de zon boven de meridiaan van een plaats staat en het moment dat hij boven de centrale meridiaan staat van de tijdzone waar die plaats in ligt. Voor Nederland en België is die gelijk aan [15° oosterlengte - de lengtegraad van de plaats] maal  4 minuten.
  • lentepunt: het snijpunt van de ecliptica en de hemelequator. De zon passert dit punt op de lente-equinox, 20-21 maart. Aangezien de zon dan het dierenriemteken Ram ingaat, wordt het lentepunt wel aangeduid met het symbool voor Ram: ♈.

up


M


  • maanwijzer: zonnewijzer met een voorziening om op grond van de maanschaduw de tijd af te lezen. Daarbij dient de leeftijd van de maan in rekening gebracht te worden. Lees meer >.
  • meervoudige zonnewijzer: object waarop meerdere zonnewijzers zijn aangebracht. Lees meer >.
  • meridiaan (van een plaats): noord-zuid lopende lijn van Noordpool tot Zuidpool die door die plaats gaat. Elke plaats op aarde heeft zijn eigen meridiaan (behalve de polen).
  • meridiaan van Greenwich: zie Greenwich, meridiaan van.
  • meridiaanboog (op bolzonnewijzer): boogvormige schaduwgever, draaibaar rond de polaire as van de bol. De boog wordt op de zon gericht door deze te draaien tot de schaduw zo smal mogelijk is. Dan kan de tijd afgelezen worden op de equatoriale urenschaal op de bol.
  • meridiaanlijn: puntzonnewijzer die beperkt is tot de 12-uurs lijn. Langs de lijn is doorgaans ook een datum/zonsdeclinatieschaal aangebracht. Lees meer >.
  • meridiaanvlak: het verticale vlak door de meridiaan ter plaatse.
  • MET, MEZT: zie Midden-Europese (Zomer-)tijd.
  • middagkanon: instrument dat noord-zuid opgesteld wordt en waarin een brandglas ingesteld wordt volgens de declinatie van de zon. Om 12 uur ontsteekt het brandglas een lading kruit in het kanon, wat als akoestisch tijdsignaal dient om klok of horloge op gelijk te zetten. Zie afbeelding >.
  • middagspleet: ruimte in een uurschaal bij een brede schaduwgever. Lees meer >.
  • middelbare plaatselijke tijd: zonnetijd, gecorrigeerd voor de tijdsvereffening, maar zonder lengtecorrectie.
  • middelbare tijd: zie middelbare plaatselijke tijd.
  • Midden-Europese tijd: afkorting MET. De kloktijd in de tijdzone van 15° oosterlengte.
  • Midden-Europese Zomertijd: afkorting MEZT. De kloktijd in de tijdzone van 30° oosterlengte
  • moderne uren: zie equinoctiale uren.
  • monofilaire zonnewijzer: ook ééndraads zonnewijzer. Zonnewijzer waarin de schaduw van een (rechte of gebogen) lijn of rand op een netwerk van uur- en datumlijnen valt. Waar de schaduw de betreffende datumlijn snijdt, wordt de tijd afgelezen. Lees meer >.
  • muurdeclinatie: richting waarin een muur 'kijkt', dat is de richting loodrecht op de muur.

up


N


  • natuurlijke tijd: zie zonnetijd.
  • Newton, zwaartekrachtwet van: Deze luidt: de kracht waarmee twee voorwerpen elkaar aantrekken is evenredig met hun massa's en omgekeerd evenredig met het kwadraat van hun afstand. Deze wet geeft de theoretische onderbouwing van de wetten van Kepler.
  • nocturlabium: zie nocturnaal.
  • nocturnaal: ook nocturlabium. Instrument om aan de hand van de stand van de sterrenhemel de tijd te bepalen. Lees meer >.
  • nodus: ook index. Een punt waarvan de schaduw de tijd - en eventueel ook de datum - wijst in vrijwel alle typen zonnewijzers. Alleen bij poolstijlzonnewijzers gebeurt de tijdsaanwijzing door een staaf of rand (poolstijl). Er kan eventueel een nodus op de poolstijl zitten, in de vorm van een bolletje of een inkeping, die dan de datum wijst.
  • noorderbreedte, NB: zie breedte(graad).
  • noordwijzer: verticale (poolstijl-)zonnewijzer waarvan de wijzerplaat op het noorden gericht is. Hij wordt (bij vrije horizon) het hele zomerhalfjaar (van lente- tot herfst-equinox) door de zon beschenen in de vroege morgenuren en de avonduren. Lees meer >.
  • nulmeridiaan: zie meridiaan van Greenwich.

up


O


  • officiële tijd: zie kloktijd.
  • omgekeerde Italiaanse uren: zie Italiaanse uren, inverse of omgekeerde.
  • ongelijke uren: zie antieke uren.
  • oosterlengte, OL: zie lengte(graad).
  • Oost-Europese Tijd, OET: kloktijd in de tijdzone van 30° oosterlengte.
  • oostwijzerverticale (poolstijl-)zonnewijzer waarvan de wijzerplaat op het oosten gericht is. De uurlijnen lopen evenwijdig aan de poolstijl. Lees meer >.

up


P


  • parallel (geografisch): zie breedtecirkel.
  • perihelium: Het punt van de elliptische aardbaan waarop de afstand aarde-zon minimaal is. Treedt op rond 3 januari. Lees meer >.
  • Pilkington & Gibbs heliochronometer: zie heliochronometer.
  • plaatselijke tijd: zie zonnetijd.
  • polaire zonnewijzer: poolstijlzonnewijzer waarvan de wijzerplaat evenwijdig is met de poolstijl en tevens de oost-westrichting bevat. De uurlijnen lopen evenwijdig met de poolstijl. Lees meer > en  Lees meer >.
  • poolcirkels: de breedtecirkels op 66,5° noorder- en zuiderbreedte. Het is voor de Noordpoolcirkel de zuidelijkste breedte en voor de Zuidpoolcirkel de noordelijkste breedte waar de zon op de langste dag niet onder gaat en op de kortste dag niet opkomt.
  • poolshoogte: de hoogte van de Poolster boven de horizon. Deze is gelijk aan de breedtegraad van de plaats.
  • Poolster: helderste ster van de Kleine Beer. Staat op 0,7° van de noordelijke hemelpool en wordt daar gemakshalve vaak mee vereenzelvigd.
  • poolstijl: schaduwgevende staaf of rand, evenwijdig met de aardas, bij poolstijlzonnewijzers.
  • poolstijlzonnewijzer: zonnewijzer waarbij de tijd gewezen wordt doordat de schaduw van de poolstijl op een set van uurlijnen valt. Lees meer > en Lees meer >.
  • precessie: langzame tolbeweging van de aardas, met een cyclusduur van ca. 26.000 jaren.
  • Prinsenhof, Groningen: Op de tuinpoort staat een verticale afwijkende zonnewijzer uit 1731, door velen de mooiste van Nederland genoemd. Hij wjst equinoctiale, Babylonische, Italiaanse en inverse Italiaanse uren, daarnaast de daglengte en de tijdstippen van zonsopkomst en zonsondergang. Lees meer >.
  • puntzonnewijzer: zonnewijzer waarbij de schaduw van een bepaald punt, de nodus, de tijd wijst. Dit is het geval  in vrijwel alle typen zonnewijzers. Alleen bij poolstijlzonnewijzers is de aanwijzing vaak door de schaduw van een staaf of rand (poolstijl).

up


R


  • reflectiezonnewijzer: ook spiegelzonnewijzer. Zonnewijzer waarbij de zon via een klein spiegeltje een lichtvlek op de wijzerplaat werpt. Vaak gebruikt om een zonnewijzer tegen het (niet per se vlakke) plafond aan te brengen, of tegen een muur die anders nauwelijks door de zon beschenen wordt. Lees meer >.
  • reiszonnewijzer: zie zakzonnewijzer.
  • richting van een vlak: de richting van een lijn die loodrecht op het vlak staat.
  • ringzonnewijzer: zonnewijzer bestaande uit een verticale ring met een gaatje, waardoor een vlekje zonlicht op het uur- en datumlijnenpatroon op de binnenkant valt. Lees meer >..

up


S


  • scaphe: verzamelnaam voor zonnewijzers uit de Oudheid in een holle bol of kegel. Lees meer >.
  • schaduwbol-zonnewijzer: ook terrella. Bolzonnewijzer waarop de tijd afgelezen wordt waar de schaduwgrens de equatoriale urenschaal snijdt. De schaal heeft 6 uur in het meridiaanvlak. Lees meer >.
  • schaduwvlak: zie uurvlak.
  • solstitium: ook zonnewende. Een van de data waarop de zon de grootste noordelijke (zomersolstitium, op het noordelijk halfrond op 20-21 juni) of de grootste zuidelijke declinatie (wintersolstitium, 20-21 december) bereikt. Lees meer >.
  • spiegelzonnewijzer: zie reflectiezonnewijzer.
  • Spinzonnewijzer: azimut-zonnewijzer met verticale schaduwgever en urenschalen voor een aantal data, bijv. het begin van de kalendermaanden. Lees meer >.
  • Steenbokskeerkring: de breedtecirkel op 23,5° zuiderbreedte. Dat is de meest zuidelijke breedtegraad waar de zon gedurende het jaar recht boven staat, op 20/21 december. De zon gaat dan het dierenriemteken Steenbok in, vandaar de naam.
  • sterrendag: de periode waarna een vaste ster weer boven dezelfde meridiaan staat: 23 uur, 56 minuten en 4 seconden.

up


T


  • tekens van de dierenriem: de namen die gegeven zijn aan de 12 delen van 30° waarin de ecliptica verdeeld wordt. Ten tijde van de Babyloniërs waren dat ongeveer de sterrenbeelden die op die delen van de ecliptica stonden. Tegenwoordig klopt dat niet meer, vanwege de precessie. Voor de namen, symbolen en data, zie hier >.
  • temporele uren: zie antieke uren.
  • terminator: de grens tussen het verlichte en beschaduwde deel van de aarde, of van een (schaduw-)bolzonnewijzer. Lees meer >..
  • terrella: zie schaduwbol-zonnewijzer.
  • tijd(s)vereffening: verschil tussen zonnetijd en middelbare plaatselijke tijd. Lees meer >.
  • tijd(s)vereffening, oorzaken: er zijn twee oorzaken: de baan van de aarde rond de zon is een ellips, en de aardas staat schuin op het vlak van de aardbaan. Lees meer >.
  • tijd(s)vereffeningslus: grafiek van de tijdsvereffening uitgezet tegen de zonsdeclinatie. De precieze vorm hangt af van de oriëntatie van de wijzerplaat. Lees meer >.
  • tijdzone: gebied rond een bepaalde centrale meridiaan waarin de kloktijd gelijk is aan de middelbare plaatselijke tijd op die meridiaan. Lees meer >.
  • touwzonnewijzer: interactieve poolstijlzonnewijzer waarmee het uurvlak waarin de zon op een bepaald moment staat, opgezocht kan worden. Lees meer >.
  • tweeluikzonnewijzer: zie diptiek-zonnewijzer.

up


U


  • uniform (van een schaalverdeling): zie homogeen.
  • universele equatoriale ringzonnewijzer: draagbare versie van een armillosfeer, die zelfrichtend is door de datum (zonsdeclinatie) in te stellen. Bruikbaar op alle noordelijke èn zuidelijke breedtegraden. Lees meer >.
  • uurplaatjehoogtemetend zonnewijzertje. Langs een van de zijden is een vizier aangebracht dat op de zon gericht wordt. Er zijn vele typen uurplaatjes bedacht, die verschillen in wat ze kunnen meten en hoe ze gebruikt worden. Lees meer >.
  • uurvlak: het vlak door de aardas en de zon op een bepaald uur. Omdat de zon veel verder weg staat dan de afmeting van de aarde, kan dit vlak gelijkgesteld worden aan het vlak door een poolstijl en de zon op dat uur.
  • uurvlakzonnewijzer: zonnewijzer waarmee bepaald kan worden in welk uurvlak de zon op dat moment staat. Lees meer >.

up


V


  • vlak, richting van een: zie richting van een vlak.
  • vlakke equatoriale zonnewijzer: poolstijlzonnewijzer met de wijzerplaat in het vlak van de equator. De zonnewijzer wordt aan de noordkant beschenen gedurende het halfjaar dat de zon boven het noordelijk halfrond staat; in de andere helft van het jaar verlicht de zon de onderkant. Lees meer > en Lees meer >.
  • verticale zonnewijzer: (poolstijl-)zonnewijzer met verticale wijzerplaat. De zon kan deze nooit langer dan 12 uur op een dag beschijnen.

up


W


  • ware (plaatselijke) tijd: zie zonnetijd.
  • westerlengte, WL: zie lengte(graad).
  • West-Europese Tijd, WET: zie Greenwich Mean Time.
  • westwijzerverticale (poolstijl-)zonnewijzer waarvan de wijzerplaat op het westen gericht is. De uurlijnen lopen evenwijdig aan de poolstijl. Lees meer >.
  • wettelijke tijd: zie kloktijd.
  • wetten van Kepler: zie Kepler, wetten van.
  • winterboog: op een zonnewijzer de datumlijn voor het wintersolstitium.
  • wintersolstitium, -zonnewende: zie solstitium.

up


Z


  • zakzonnewijzer: ook draagbare zonnewijzer of reiszonnewijzer. Om die reden vaak op meerdere breedtegraden bruikbaar. Als poolstijlzonnewijzer hebben ze een ingebouwd kompas om hem correct te oriënteren; Lees meer >. Voor een hoogtemetende zonnewijzer is dat niet nodig; Lees meer >.
  • zenit: het punt op de hemelbol recht boven je hoofd.
  • zenitafstand: ook inclinatie. Het is de hoek tussen het zenit en de richting van een vlakke wijzerplaat. Bij een horizontale zonnewijzer is de zenitafstand 0°, bij een verticale 90°.
  • zodiak: zie dierenriem.
  • zomerboog: op een zonnewijzer de datumlijn voor het zomersolstitium.
  • zomersolstitium, -zonnewende: zie solstitium.
  • zomertijd: de wettelijke tijd tijdens voorjaar en zomer, als de klok een uur vooruit gezet wordt. In de EU geldt dat van het laatste weekend van maart tot het laatste weekend van oktober. De Amerikaans-Engelse term is Daylight Saving Time, DST. Lees meer >.
  • zonetijd: de wettelijke tijd die in een tijdzone geldt.
  • zonnedag: de periode waarna de zon weer boven dezelfde meridiaan staat. Gemiddeld is dat 24 uur, maar het kan tot een halve minuut korter of langer zijn. De sommatie van de verschillen komt tot uiting in de tijdsvereffening. Lees meer >.
  • zonnetijd: de tijd die door een zonnewijzer wordt gewezen, op basis van de positie van de zon aan de hemel. Hierbij is het per definitie 12 uur als de zon precies in het zuiden staat.
  • Zonnewijzer van Augustus: zie Augustus, zonnewijzer van.
  • zonnewijzer, definitie: Een zonnewijzer is een instrument dat op grond van de plaats van de zon aan de hemel de tijd - en eventueel ook de datum - aangeeft in een bepaald tijdsysteem.
  • zonsdeclinatie: zie declinatie (van de zon).
  • zonshoogte: zie hoogte van de zon.
  • zuiderbreedte, ZB: zie breedte(graad).
  • zuidwijzer: verticale (poolstijl-)zonnewijzer waarvan de wijzerplaat op het zuiden gericht is. Lees meer >.
  • ZW2000 (computerprogramma): voor de berekening van verscheidene typen zonnewijzers: poolstijl-, bifilaire en analemmatische, geschreven door Fer de Vries. Lees meer >.
  • zwaartekrachtwet van Newton: zie Newton, zwaartekrachtwet van.